| |
ProKeepers visie mbt het keepersvak
Vandaag is het zo dat slechts weinig clubs gebruik maken van een keepertrainer.
Gezien het feit dat de doelman een specifieke taak heeft is het nut van een vakman in dit domein belangrijker geworden.
Een doelman dient nu eenmaal anders te trainen dan een speler.
Specifieke oefenstof en eigenschappen kunnen door de keepertrainer op verschillende manieren worden bijgebracht.
Met deze techniek trachtten we een basisoverzicht te geven van de inhoud van deze filosofie, die zeer nauw aansluit bij deze van Maarten Arts, keepertrainer en oprichter van ProGoal Nederland.
Stelling:
- Zo snel mogelijk in het bezit komen van de bal
- Ageren in plaats van re-ageren
- De bal altijd aanvallen
Via startpositie duidelijk maken dat vooruit korter is dan zijwaarts of achterwaarts.
Zo snel mogelijk in balbezit te komen door voorwaarts te werken , "het aanvallen van de bal".
Indien zijwaarts of achterwaarts verliest men cruciale snelheid om in balbezit te komen.
Let bij alle doelmannen op het feit dat ze niet achterwaarts naar bal duiken of vallen. Benadruk het voorwaarts aanvallen of laat hoogstens zijwaarts toe.
Tekening 1 : Voorwaarts is snelste weg om in bezit van de bal te komen

Uitgangshouding:
Doelstelling is dat de doelman in kwestie snel en efficint een bal kan verwerken.
Daarom is het van belang dat de uitgangshouding zeker bij jeugdkeepers constant wordt getraind.
Een goede uitgangshouding zal automatisch leiden tot het eenvoudig verwerken van de bal.
Een aantal punten waar men dient op te letten bij de uitgangshouding zijn:
- Lichaam licht voorover gebogen.
- Schouders altijd voor de voeten. (lichaamsgewicht vooraan)
- Handen voor bovenlichaam , palmen half open tov bovenlichaam (groter bereik, sneller in zone van bal)
- Lichte druk op de voorvoeten (winst in reactie)
- Spreidstand niet te groot (verlies in reactie)
Bij het vangen van de bal dien je met gestrekte armen de bal voorwaarts op te vangen. Een korte polsbeweging zorgt ervoor dat als je de bal laat vallen dat deze nog binnen je eigen bereik valt en je deze opnieuw kan verwerken.
Tracht tevens de ballen te vangen met de armen voorwaarts gestrekt.
Bij het zijwaarts naar de bal gaan dient men de arm die het dichts bij de balzijde is te strekken. Met 1 hand naar de bal gaan. Het voordeel hiervan is dat men de tweede hand vrij heeft om het volledige vlak waar de bal kan komen te kunnen dekken. Dit kan van belang zijn bij licht of verder afgeweken ballen. De tweede hand volgt echter dezelfde richting als de eerste hand, maar dient ter correctie en vergroot het rijkvlak.
Door het strekken van de dichtstbijzijnde arm maak je een vlak waar de bal geblokkeerd wordt. De hoek tussen arm en lichaam (ter hoogte van oksel) wordt hiermee volledig afgesloten. Je blokkeert als het ware de bal en verwerkt de bal met je vrije hand.
Vaak zie je doelmannen met beide handen gelijktijdig naar de bal gaan. Hierdoor verlies je een stuk in afstand. 1 Hand geeft het voordeel dat je gemiddeld 20 cm meer bereik hebt.
Promoot het aanvallen van de bal door steeds voorwaarts te werken , nooit achterwaarts.
Beide voorgenoemde technieken laten je toe om een actieve doelman te worden/zijn. Wij zien echter veeleer dat de Europese doelmannen een afwachtende houding innemen en eerder re-ageren op een spelsituatie dan ageren. Denk maar aan de Duitse doelmannen die groot zijn en zich groot en breed maken in de hoop dat de aanvaller de bal op hen schiet. Dit is een passieve actie. Indien je bovenvermelde techniek goed toepast (= aanvallen van de bal) zal je zien dat er geageerd wordt ipv gereageerd. Je dwingt maw de aanvaller tot het maken van een actie.
Je dient dus een actieve doelman te zijn/worden en niet de situatie af te wachten en hopen op een goede redding.
Bij de positionering is het vaak zo dat je doelmannen in niemandsland ziet staan en eigenlijk een vogel voor de kat zijn.
Indien je niet bij de bal kan door de situatie is het vaak beter om een stapje terug te zetten en je doelvlak maximaal te verdedigen. De stap achterwaarts zorgt er dan weer voor dat je reactietijd en de kans op slagen vergroot. Bovendien kan je van daaruit opnieuw aanvallen.
Voordelen van deze techniek zijn:
- Sneller bij de bal gebruik je lichaamslengte
- Sneller in balbezit komen in rechte lijn bal aanvallen
- Je lichaamsgewicht dient als buffer
- De aanvaller verwacht dit niet en moet veel sneller beslissen wat te doen.
- De kans op slagen is groter dan bij passieve techniek
Let wel, als je deze techniek niet goed aanleert en de doelman schuin laat aanvallen, er kans op blessures bestaat.
Het is dus van belang de bal met gestrekte armen aan te vallen. Dit verlaagt de kans op blessures.
Om deze techniek goed te beheersen heeft de doelman wel de nodige lef, durf en karakter nodig. Hij mag dus geen angst of onwetendheid inboezemen.
Dwing je doelman om recht naar de bal te gaan (kortste weg). De moeilijkheid die de doelman te verwerken krijgt is dat hij het moment dient te bepalen op dewelke hij naar de bal gaat. Indien te laat gaan naar de bal heb je toch de aanvaller gedwongen om een actie te maken en vergroot je opnieuw je slaagkans om alsnog de bal te verwerken.
In de evaluatie en coaching van je doelman zijn begrippen als zelfkritiek, zelfvertrouwen, charisma, presence en moed zeer belangrijk.
Als doelman mag je geen "schrik" hebben van de bal.
Je mag nooit toelaten van je doelman dat hij met de voeten eerst naar de bal gaat of achterwaarts een bal verwerkt.
Tekening 2 :

Materiaal: 2 doelmannen, 1 bal, afstand X2 tot bal korter dan afstand X1 tot bal (kleine rechthoek, penaltypunt, grote rechthoek kan richtpunt zijn)
Oefening: Op signaal spurten beide doelmannen zo snel mogelijk in richting van bal en deze met voetzool aanraken. Je zal zien dat doelman X2 altijd het snelst op de bal is.
Variatie: X1 mag bal met handen voorwaarts en gestrekte armen aanvallen. X2 springt over X1
Voorafgaand aan deze oefening dient de doelman zich bewust te zijn van wat hij dient te doen en op welke manier.
Daarom kan het aangewezen zijn om van volgende basisoefening te starten.
Tekening 3: Altijd 1 lijn vormen met lichaam

TR: Trainer speelt bal in uit verschillende hoeken
Belangrijk is dat je de kegels naast mekaar zet op 1 lijn. Je dwingt de doelman om voor de kegel uit te komen.
Je kan de oefening gradueel opbouwen door :
- Doelman op zij te laten liggen in 1 lijn (armen en benen zijn gestrekt)
- Doelman te laten starten vanuit kniezit.
- Doelman te laten starten vanuit hurkzit
- Doelman te laten starten vanuit stand
Controleer goed of doelman telkens eindigt in 1 lijn en ook of hij voor de kegel uitkomt.
Tevens dient hij de bal aan te vallen met 1 hand (verder bereik)
Door de beweging voorwaarts te maken zal door verplaatsing van het lichaam de tweede hand automatisch volgen om de bal te verwerken.
De eindpositie dient steeds gecontroleerd (armen en benen zijn gestrekt)
Een variant op deze oefening kan gebeuren door de bal actief in te spelen op de verste kegel. Voorgaande oefeningen kunnen best met stilliggende bal geoefend worden. Naarmate de techniek wordt beheerst kan je met bewegende of ingespeelde bal werken.
Een derde variant is dat je de doelman de bal laat inrollen en dat de Trainer (Tr) de bal inspeelt op de verste kegel. Hier is de techniek en snelheid om te verwerken cruciaal.
De inspeelhoek veranderen is ook een optie als variant.
Deze oefening(en) zijn ook de basis van het 1 tegen 1 duel , waarbij je de doelman via dezelfde techniek de bal laat aanvallen en de aanvaller dwingt om actie te maken.
Vergeet ook niet de oefeningen aan twee zijden uit te laten voeren.
Een combinatie van volgende factoren maak dat je doelman (deels) over de juiste skills beschikt.

Stel je trainingen daarom zodanig op dat deze elementen regelmatig terugkomen tijdens je sessies.
Al te vaak zie je keeperstrainers zonder inhoud werken.
TRAINEN = ZIEN WAT ER GOED OF FOUT GAAT
Het anticiperen, beslissen wanneer te gaan (timing), snelheid van uitvoering zijn essentieel in het keepersvak.
Het gaat er met andere woorden over WAT je in je oefenstof legt.
Al te vaak zien we dat keeperstrainers een te beperkte oefenstof trainen.
Een aantal aandachtspunten kunnen in rekening genomen worden als basis of vertrekpunt.
- Trainen is gedetailleerd werken
- Concentratie is essentieel
- Betrek alle doelmannen in de oefenstof ( trappen, rollen , klaarleggen, zelf werken)
- Een goede organisatie geeft je meer werktijd
- Missen is meteen opnieuw
- Maximaal 6 ballen per oefening
- Werk in functie van wedstrijdsituatie(s)
- Oefenstof in functie van de aantallen opstellen
- Voetenwerk is even belangrijk dan ballen vangen.
We zien vaak keeperstrainers ander principes hanteren.
- Seriewerk keer op keer ==> Staat zeer ver van wedstrijdsituatie
- Doelman moet kapot zitten na training ==> Wat is doelstelling? Hoe lang train je dan? Wat is gevoel van de doelman?
- Te beperkte oefenstof ==> Verrijking door meer standaardoefeningen te koppelen aan wedstrijdsituaties.
Elke oefening kan in verschillende niveaus of uitgangshoeken worden getraind. Een basistraining kan met 4 tot 5 verschillende oefeningen in verschillende niveaus en uitgangshoeken worden getraind.
Oefening : Aanvallen van de bal - vangen voor de kegel

Materiaal: 4 kegels, min. 2 ballen (liefst 8), afstand tussen 2 binnenste kegels en tot kegels vanuit startpositie +/- 3 meter
Doelman start +/- 3 meter achter kegels. Doelman maakt voorwaartse beweging tot op hoogte van kegels. Trainer trapt bal links of rechts tussen de kegeltjes links of rechts van doelman. Doelman valt bal aan en verwerkt getrapte bal van trainer.
Variaties op oefening:
- Trappen enkel links van doelman,
- Trappen enkel rechts van doelman,
- Afwisselend links , dan rechts,
- Trainer kiest zelf (maximaal effect , altijd recht aanlopen gegarandeerd),
- Doelman rolt bal in op trainer en deze trapt na inlopen van doelman,
- Afstanden vergroten.
Spelvorm bij meerdere doelmannen :
- Bal vast is 2 punten, bal los maar wel getipt naast doel is 1 punt, bal binnen is 0 punten.
De keeper die als eerste 10 punten heeft, is de winnaar.
Aandachtspunten :
- Doelman dient centraal te blijven lopen tot op hoogte van kegels, niet al meteen links of rechts willen insnijden.
- Pas insnijden ter hoogte van kegels.
- Voorwaarts aanvallen van de bal.
- Uitstrekken van verste arm om bal te blokkeren (groter bereik), andere hand om te corrigeren.
- Start en eindpositie controleren , 1 rechte lijn (armen en benen gestrekt).
- Geen zwaaibeweging met armen van achter naar voor.
- Lichaamsgewicht voorwaarts verplaatsen.
- Handen voor romp (uitgangspositie) Je dient je handen steeds te zien.
|